In het kort
Route
rondwandeling; aangegeven met gele pijltjes, lengte 16 kilometer, duur
4 à 5 uur
Startpunt
de route begint bij het Bezoekerscentrum ’s-Graveland
Beste seizoen
alle seizoenen, in voorjaar stinsenplanten en bloeiende rododendrons,
in najaar prachtige herfstkleuren
Honden
aangelijnd
Horeca
koffie/thee in bezoekerscentrum; ’s-Graveland biedt diverse mogelijkheden;
onderweg geen horeca
Regels
toegang tussen zonsopgang en zonsondergang, alleen op wegen en paden.
Opmerkingen
de siertuin op Gooilust is open van maart t/m november op dinsdag- en
zaterdagmiddag van 13.00 tot 16.30 uur
Op weg
Deze route begint en eindigt bij het Bezoekerscentrum ’s-Graveland
van Natuurmonumenten, Noordereinde 54b in ’s-Graveland. De route
is aangegeven met gele pijltjes, en wordt hieronder beschreven. De route
staat ook op de kaart aangegeven.
Buitenplaatsen
De route doorkruist zes buitenplaatsen op de overgang van het natte Vechtplassengebied
naar de schrale zandgronden van de Utrechtse heuvelrug. Vooraanstaande
Amsterdammers kregen hier in de eerste helft van de zeventiende eeuw toestemming
de woeste grond te ontginnen.
Ze bouwden aanvankelijk alleen boerderijen; het leven beviel de Amsterdammers
hier echter zo goed dat ze zich permanent vestigden, kapitale villa’s
bouwden en parkachtige landschappen aanlegden.
Vanuit het bezoekerscentrum gaat u rechtsaf tussen de weiden door. Dan
eerste links naar bosrand. Hier links en meteen weer rechts. Dan eerste
pad rechtsaf langs de vijver van buitenplaats Boekesteyn, die vernoemd
is naar de vele oude beuken.
De buitenplaatsen zijn oorspronkelijk ingericht naar de maatstaven van
de Franse barokstijl. Dat wil zeggen: strakke lijnen, geometrische vormen
en statige bomenlanen die vanaf de achterzijde van de landhuizen tot diep
in het bos doorlopen. Het waren zichtlijnen voor de toenmalige bewoners.
Dat is goed te zien als u voorbij de vijver bent en achterom kijkt naar
het huis Boekesteyn (1).
Bochten, slingers en glooiingen
Rechts aanhouden tot aan het weiland. Rechts bij het hek staat de op een
na dikste beuk van Noord-Holland (2). Linksaf om het weiland heen. Dan
links de brug over en bij het water rechtsaf. Het rechte stuk pad valt
weer in een zichtas, ditmaal naar de villa Schaep en Burgh (3). De vijver
doorbreekt de lijn opzettelijk (4). Vanaf het begin van de negentiende
eeuw raakte namelijk de Engelse landschapsstijl in zwang. De geometrische
Franse aanleg moest wijken voor bochtige paden, slingerende waterpartijen
en glooiende weiden met verspreide groepjes bomen (5).
Rijke en arme gronden
Bij het derde zijpad linksaf, het houten bruggetje over naar de buitenplaats
Bantam. Pad met bochten mee volgen langs de enorme omgevallen bomen (6),
waaraan goed is te zien hoe ondiep ze wortelen. Voor bruggetje rechtsaf.
Aan het eind wederom rechts. Na het klaphek nog 150 meter rechtdoor en
dan linksaf het fietspad op, het Spanderswoud in. Via dit pad komt u op
de arme zandgrond van de Utrechtse heuvelrug. En dat is duidelijk te merken
aan de begroeiing. Geen reusachtige beuken meer, maar bescheiden dennen,
eiken en berken (7). Bij de paddestoel rechtdoor en na ongeveer 150 meter
een klein pad rechtsaf. Op T-splitsing links. Een groep omgetrokken bomen
midden op het pad (8) markeert het omvormingsbeheer naar een natuurlijker
bos. In de ontstane ruimte komen spontaan vooral berken op. Voorbij de
bomen eerste rechts.Gele pijltjes volgen zodat u uitkomt bij een rust-
en uitkijkpunt met zicht op de bosvijver (9).
Half natuurlijke landschappen
Rechtdoor afdalen en pad blijven volgen langs het water. Ankeveense Pad
en (geasfalteerde) Oude Meentweg oversteken. Aan de overkant rechtdoor
over het landgoed Hilverbeek. Midden in het tweede weiland staat een imposante
monumentale eik (10). U loopt om boerderij Stofbergen heen (11). Dit is
een oorspronkelijke zeventiende-eeuwse boerderij.
Na Stofbergen eerste links. Aan het einde van de akker rechts en dan rechtdoor,
langs het huis met de bochtige slangenmuur (12). Langs dergelijke muren
werden druiven, abrikozen en vijgen verbouwd. Dankzij de krommingen, als
ware het een slang, ligt de gemiddelde temperatuur aan de zuidkant van
de muur namelijk hoger dan normaal.
Voorbij de slangenmuur linksaf tussen de huizen door. Drukke weg oversteken
en de buitenplaats Schoonoord op. Na bocht naar links over een paadje
achter huizen langs, door het klaphek naar links, doorlopen tot T-splitsing
bij boerderij. Hier rechtsaf tot tweede kruising, te herkennen aan drie
huizen. Rechtsaf de buitenplaats Gooilust in. Ruim voorbij afsluitboom
eerste links. Dan derde rechts en vervolgens links aanhouden, zodat u
de rododendronvallei (13) helemaal doorloopt. Zijpaden negeren, totdat
u bij twee weilanden uitkomt. Rechterpad tussen de weiden door.
Gooilust van Frans Blaauw
Hier hield de laatste bewoner van Gooilust, de vermaarde dieren- en bomenverzamelaar
Frans Blaauw, vanaf 1900 zijn hoefdieren. Links is een geschikte rust-
en picknickplaats in de vorm van een prieeltje (14). Hierna linksaf langs
de ingang naar de siertuin (15). Op T-splitsing rechts de hoofdlaan volgen
om de villa Gooilust heen. Achter het huis vindt u de op een na dikste
eik van de provincie (16) en de curieuze ‘aha’ (17). Om de
wilde dieren in de wei te houden, zonder een hek te gebruiken, werd een
soort gracht aangelegd. Van dichtbij ontdek je dit pas, dit heet dan ook
Aha!
De Oude Meentweg, grens tussen rijk en schraal
De hoofdlaan leidt terug naar de kruising met de drie huizen. Hier rechtsaf,
dan eerste links en bij bosrand van het Corversbos (18) weer links. De
bomen zijn hier vrij jong, omdat het ‘oude’ Corversbos in
de oorlog vrijwel geheel is gekapt. Helemaal doorlopen tot de geasfalteerde
Oude Meentweg die u rechtdoor blijft volgen. Bij paddestoel 24591 linker
weg aanhouden richting Bantam. Wederom rechtdoor, afslag links (Ankeveense
Pad) negeren. Daarna eerste linksom de achteringang van Boekesteyn. In
het bos links aanhouden, eerste links, bij akker rechts, brug over, rechts
langs de sloot. Rechts aanhouden.(19) Het pad eindigt bij het bezoekerscentrum.
Gebiedsinformatie
De ontwikkeling van het gebied hangt nauw samen met de geschiedenis van
Amsterdam. De eigenaren van de buitenplaatsen mochten zand afgraven dat
in trekschuiten door de vaarten naar Amsterdam ging om de slappe veenbodem
van de hoofdstad te verstevigen. Door de afgraving liggen de landbouwgronden
nu zichtbaar enkele meters lager dan de bossen. Het bosbeheer is gericht
op natuurlijke ontwikkeling. Omgevallen bomen worden niet afgevoerd, maar
blijven liggen. Dood hout brengt immers leven, doordat het schimmels,
insecten en andere kleine dieren aantrekt. Ook biedt het een scala van
schuil- en nestelplaatsen.
Hoe te bereiken
Met het openbaar vervoer is het bezoekerscentrum te bereiken door vanaf
het NS-station Hilversum of NS-station Naarden-Bussum bus 7 te nemen,
halte 'Natuurmonumenten' te 's-Graveland. Ook is het mogelijk een treintaxi
te nemen vanaf station Hilversum. Vanaf NS-station Bussum-Zuid loopt u
via de Bussummerweg en de Franse Kampweg in ongeveer 30 minuten naar het
bezoekerscentrum.
Met eigen vervoer. Vanaf de A1 (Amsterdam-Amersfoort) neemt u afslag Blaricum.
U volgt eerst Bussum, daarna ’s-Graveland. Eenmaal in de bebouwde
kom ligt het bezoekerscentrum na ongeveer 1 km links van de weg.
Vanaf de A27 (Utrecht-Flevoland) neemt u afslag Hilversum en volgt u daarna
de borden ’s-Graveland. Binnen de bebouwde kom ziet u het bezoekerscentrum
na ongeveer 4 km rechts van de weg. |